111014_column_ov

Wij leven in een verlichte tijd en dan bedoel ik niet de 17e eeuw, waarin wij volgens onze voorvaderen "de duisternis en de achterlijkheid van het verleden achter ons lieten" (toch niet helemaal gelukt...), maar onze volgebouwde wereld met megacities, 24-uurseconomie en dientengevolge heel veel verlichting. Dit leidt weer tot actiegroepen tegen lichtvervuiling en verkiezingen van de mooiste pikdonkere plekken. Desondanks staat op de klachtenlijsten over de openbare ruimte een slechte openbare verlichting, natuurlijk direct geassocieerd met onveiligheid, vaak in de top drie. Openbare verlichting is dus een heikel onderwerp en weet zich de laatste jaren vooral in de belangstelling door de beperking van de CO2 uitstoot die zich veel steden ten doel hebben gesteld. Er zijn nog niet veel steden met een integraal lichtplan in Nederland, volgens mij is Rotterdam de enige, maar voor een goede beeldkwaliteit overdag en 's nachts, een slim beheer, waarmee de wildgroei aan armaturen wordt tegengegaan en een zo laag mogelijk energieverbruik is een integraal lichtplan zeker geen overbodige luxe. Ik kan mij de discussies in de ontwerpteams nog wel herinneren. Deze gingen voornamelijk over de kleur van de lichtmast en het ontwerp van het armatuur, kortom hoe de verlichting er overdag uitzag. Er waren ontwerpers die het liefst wilden dat je de masten niet zag, maar er waren er ook die met de openbare verlichting een mogelijkheid zagen om wat kleur en fleur in een straat te brengen. Soms ging het gelukkig ook nog over de kleur van het licht zelf (de ontwerpers wilden natuurlijk het witte licht en de beheerders het goedkopere oranje), maar een goede test van het lichtbeeld 's nachts heb ik toen niet vaak meegemaakt.

Als je een integraal lichtplan opstelt behoren deze discussies waarschijnlijk tot het verleden. Er is echter één aspect wat met een integraal lichtplan niet opgelost kan worden en dat is de beleving van licht. Hoe mensen licht waarnemen is subjectief en het maakt niet uit met hoeveel technische onderbouwing van de hoeveelheid lumen een lichtadviseur komt. Alweer jaren geleden werkte ik aan de herinrichting van de Beijerlandselaan, een winkelstraat in Rotterdam Zuid. Er was toen nog geen integraal lichtplan, noch een handboek Rotterdamse Stijl en de openbare verlichting was nog in handen van CityTec. Omdat de tram werd geherintroduceerd in deze straat kwam er nieuwe verlichting gecombineerd met de trammasten (wat mij een jaar van mij leven heeft gekost, maar dat terzijde) en extra nieuwe verlichting onder de luifels langs de winkels. De verlichtingsdeskundige liet zien dat het verlichtingsniveau hiermee nog hoger werd als op de Lijnbaan, maar winkeliers en bewoners vonden de verlichting onvoldoende en vonden het niet veilig. Zij beweerden zelfs dat het licht op de noordoever van de Nieuwe Maas 's avonds eerder aanging dan op de zuidoever.... Tja, waar blijf je dan met je lichtplan. De individuele beleving van licht laat zich niet sturen, maar het betrekken van bewoners bij het opstellen van een integraal lichtplan en het uitvoeren van tests met verschillende soorten licht kunnen natuurlijk wel helpen bij de objectievering van die beleving.

Liliane Geerling
Deze column is verschenen in Stedelijk Interieur nummer 4 2011