110903_bvr_nh_dagblad

Het principe 'wij bepalen waar u gaat wonen' is achterhaald. De plannen van de overheid om vooral te bouwen in Almere en in het IJmeer, moeten worden herzien. Miljarden kunnen er worden bespaard als de bouwmogelijkheden in het noordelijke deel van de provincie worden benut.
De bevolking van Noord-Holland groeit nog steeds. Vooral de Amsterdamse regio groeit sterk. Een groot deel van de woningbehoefte wordt de komende jaren in Almere opgevangen. Almere groeit uit tot een stad van circa 350.000 inwoners. Er worden zestigduizend woningen gebouwd, deels in het IJmeer, deels in de polder. Dit project wordt de ‘schaalsprong Almere' genoemd.
De schaalsprong gaat uit een nieuwe (metro)verbinding tussen Amsterdam en Almere (de IJmeerlijn) en de ecologische kwaliteitsverbetering van het IJmeer en Markermeer. Deze ecologische versterking is noodzakelijk om het bouwen in het IJmeer, een natuurgebied dat op Europees niveau is beschermd, te compenseren.

Tegengeluiden
Het kabinet heeft deze zomer in haar nieuwe visie op de inrichting van Nederland aangeven dat deze schaalsprong nog steeds nodig is. Dit ondanks de crisis op de woningmarkt en de steeds luider worden ‘tegengeluiden'. Er zijn sterke argumenten om de schaalsprong Almere niet (volledig) te realiseren: marktgerichtere, slimmere en goedkopere oplossingen zijn aanwezig. De rijksoverheid heeft de verantwoordelijkheid over verstedelijking grotendeels bij de provincie en gemeenten gelegd. Dit vraagt om een goed debat en duidelijke keuzes over de verstedelijking van Noord-Holland.
De schaalsprong gaat uit van ‘wij bepalen waar u gaat wonen'. Dit principe is achterhaald en werkt alleen bij schaarste op de woningmarkt. De afgelopen decennia was dit het geval. De woningmarkt is echter ontspannen geworden: een kopersmarkt. Woningen staan maanden te koop en de gewenste woning op de juiste locatie is binnen handbereik. Vooral woningen in buurten, steden en landschappen met een unieke ‘woonkwaliteit' zijn geliefd. Wonen nabij de stedelijke voorzieningen in Amsterdam, Haarlem, Alkmaar en Hoorn of wonen in de prachtige landschappen en dorpen van bijvoorbeeld Waterland, Kennemerland en West-Friesland blijft onverminderd populair.
De aantrekkelijkheid van stad, dorp of landschap bepaalt de aantrekkingskracht. Ook het aanbod van werkgelegenheid is doorslaggevend: is er voldoende werkgelegenheid, woon ik niet te ver van mijn werk of sta ik niet té lang in de file?

Unieke woningen
Nieuwe woonwijken dienen goed aan te sluiten bij de eisen van de kritische woningzoekenden. Het grootschalige woningaanbod in Almere lijkt hier slechts beperkt aan te voldoen. Velen wonen liever op historische plekken. Almere kan echter weldegelijk een onderscheidende rol spelen in de woningbouwopgave. Hier zijn unieke woningen mogelijk die elders niet ontwikkeld kunnen worden: bijvoorbeeld aantrekkelijke woonwijken aan het IJmeer of luxe woonlandschappen in het toekomstige Oostvaarderswold. Het op grote schaal toepassen van particulier opdrachtgeverschap, waarbij men zelf een woning kan bouwen, is eveneens een unieke mogelijkheid. Grootschalige ‘Vinex' woonwijken met standaardwoningen leggen het echter af tegen aantrekkelijke alternatieven elders.

Forenzenstroom
De schaalsprong koppelt de woningbouw aan nieuwe infrastructuur. Natuurlijk wordt er ook in Almere geïnvesteerd in werkgelegenheid, maar niet uit te sluiten valt dat de dagelijkse forenzenstroom naar bijvoorbeeld Schiphol en de Zuidas groter wordt. Dit vraagt forse investeringen in bijvoorbeeld de IJmeerlijn.
Als deze investeringen door de overheid en /of private partijen al opgebracht kunnen worden, is het de vraag of het een verstandige investering is.
Provinciaal onderzoek toont aan dat er nog veel woningbouwmogelijkheden zijn rond stations en/of bestaande wegen in Noord-Holland. Vaak zijn dit plekken die gunstig liggen ten opzichte de werkgelegenheid en die gewaardeerd worden als aantrekkelijke woonplek. Ontwikkeling op deze plaatsen is goedkoper - de infrastructuur ligt er al - en sluit beter aan bij de consumentenvraag.
Door het niet (volledig) realiseren van de schaalsprong en de omvangrijke investeringen in grootschalige infrastructuur of noodzakelijke natuurontwikkeling in het IJmeer achterwege te laten, kunnen miljarden worden bespaard.
De ontwikkeling van ‘wonen in het water' lijkt helemaal geld in het water gooien. In tijden van economische crisis zijn omvangrijke voorinvesteringen vooruitlopend op eventuele opbrengsten hoogst onverstandig. Kleinschalige woningbouwontwikkelingen met beperkte, beheersbare en faseerbare voorinvesteringen zijn gewenst.

Kansen
De besparingen kunnen gefaseerd worden ingezet voor bijvoorbeeld de dure herontwikkeling van verouderde haven- en industriegebieden.
Een kleinschalige, vraaggerichte benadering waarbij de verstedelijking op diverse plekken in Noord-Holland wordt gerealiseerd, biedt kansen voor allerlei gebieden. Gunstig gelegen, maar verouderde havengebieden zoals bijvoorbeeld de Zaanoevers, de IJ-oevers en het Hembrugterrein kunnen worden getransformeerd tot aantrekkelijke woongebieden.

Westfrisiaweg
Woningbouwprojecten die voorlopig zijn stopgezet kunnen eerder worden ontwikkeld. Grote kansen zijn er daarnaast voor de aantrekkelijke steden als Haarlem, Zaanstad, Hoorn en Alkmaar en kleinere kernen als Castricum, Heiloo, Uitgeest en Beverwijk. Rond (nieuwe) stations en nabij doorgaande wegen is hier nog voldoende ruimte voor aantrekkelijke woongebieden. De OV-bereikbaarheid van dit deel van Noord-Holland is op orde en de autobereikbaarheid verbetert door de realisatie van de Westfrisiaweg, de Westrandweg en de tweede Coentunnel. De werkgebieden, ook in de Amsterdamse regio, zijn dan zonder het dagelijkse fileleed te bereiken.
Allerlei kleinere projecten tezamen vormen een uitstekend marktconform alternatief voor de schaalsprong. Het biedt ontwikkelperspectief voor grote delen van Noord-Holland: van West-Friesland tot Zuid-Kennemerland. Iedere gemeente, dorp of stad krijgt een specifieke rol. Heldere keuzes en een goede samenwerking zijn hiervoor belangrijke voorwaarden.

Ad de Bont is als stedenbouwkundige werkzaam voor BVR Adviseurs Ruimtelijke Ontwikkeling

het artikel als pdf