110103_bvr_colum_sted_int_6

Volgens mij is iedereen inmiddels overtuigd van het feit dat de openbare ruimte een heel belangrijke, zo niet de belangrijkste, rol speelt bij het verduurzamen van onze steden. Net zoals voor onze gebouwen storten we ons hierbij met name op wat ik voor het gemak maar even de ‘technische' duurzaamheid noem.

Er worden steeds slimmere oplossingen bedacht om met name de opgaven ten aanzien van klimaatveranderingen aan te pakken, zoals waterdoorlaatbare verharding, LED verlichting, zelfreinigende wegen, etc. Natuurlijk moet dit ook gebeuren, maar ik kan mij niet geheel aan de indruk onttrekken dat wij hiermee de meer existentiële vragen ten aanzien van het gebruik, de betekenis en de functie van de openbare ruimte uit de weg gaan. Loop maar eens door een willekeurige stad in Nederland en aanschouw de hoeveelheid niet gebruikte of misbruikte openbare ruimte. Ruimte die wel is ingericht en onderhouden moet worden. Ook het aantal zogenaamde ‘non-places' neemt toe, zodat het voor gebruikers steeds moeilijker wordt om te zeggen: "Deze openbare ruimte is ‘my place', hier houd ik van en ga ik voor".

Als voorbeeld zoem ik even in op mijn geliefde onderwerp de jaren 70/80 wijken. Deze bieden in theorie meer mogelijkheden voor ontmoeting in de openbare ruimte dan hun voorgangers door de introductie van het woonerf en het dichte voetgangersnetwerk. Maar programmatisch zijn deze wijken vrij monofunctioneel, met wonen als voornaamste functie. Veel van deze wijken hebben een overmaat aan openbare ruimte. Door de oriëntatie en typologie van de woningen kan er minder gemakkelijk vanuit de woningen toezicht op straat gehouden worden. Er zijn veel hoeken, poorten, achterpaden en binnenterreinen zonder direct contact met woningen of drukke straten. Deze eigenschappen samen leiden tot een relatief laag aantal gebruikers van de openbare ruimte en beperken daarmee juist de mogelijkheden voor sociale interactie en het zich toeëigenen,van de openbare ruimte, want zoals Whyte ooit al opmerkte: "If people will not see a place, they will not use it." En last but not least laat het onderhoud van de openbare ruimte in deze wijken vaak ook te wensen over, wat het gevoel van sociale veiligheid negatief beïnvloedt. Deze overmaat aan openbare ruimte weghalen is het meest duurzame wat je hier kunt doen. Zo blijven er meer budget en meer mensen per vierkante meter openbare ruimte over om een succesvolle ‘my place' te maken, want zoals we allemaal weten creëert schaarste vraag. Een balans in de openbare ruimte tussen vraag en aanbod is stap één op weg naar duurzame steden.

Liliane Geerling

Deze column is verschenen in Stedelijk Interieur nummer 6 2010