7_up_participeren_met_patronen_web

Dat gebruikers participeren in het ontwerp en/of beheer van de openbare ruimte wordt door de ene ontwerper als randvoorwaarde voor een goed ontwerpproces beschouwd en door de andere misschien meer als een noodzakelijk kwaad. Inspraak varieert in de praktijk daarom van actief meedenken en -beslissen tot informeren tijdens een eenmalige inspraakavond. Als je, zoals ik, meer van de eerste school bent is het handig om ruimtelijke tools tot je beschikking te hebben, waarmee je de inhoudelijke communicatie met de gebruikers tijdens het proces kunt verbeteren.

Het maken van mental maps met gebruikers en actoren, al dan niet gecombineerd met interviews, is een leuke en beproefde methode die het gebruik van gebieden letterlijk en figuurlijk in beeld brengt. Maar hoe kun je ook samen met gebruikers en actoren ontwerpen? In een onderzoek dat ik met atelier 7UP uitvoer naar het toekomstbestendig maken van een jaren 70/80 wijk is één van de aanvliegroutes het ooghoogte perspectief. De individuele gebruiker in het hier en nu staat daarbij centraal. De relatie tussen menselijk gedrag en de gebouwde omgeving is het centrale uitgangspunt voor alle ontwerp interventies. Voor het participatietraject werden patronen ontwikkeld. "A pattern language" werd in 1977 ontwikkeld door Christopher Alexander. Patronen kunnen worden ingezet als een ontwerptool op stedenbouwkundige en architectonische schaal. Zij hebben een ruimtelijk karakter, schetsen verschillende oplossingen en koppelen verschillende interventies aan elkaar. Met patronen kunnen bewoners en actoren samen nadenken over ruimtelijke interventies in hun buurt. Onderbewust weten de meeste gebruikers welke plekken kwaliteit hebben en welke niet, maar met behulp van patronen worden deze abstracte waarnemingen zichtbaar gemaakt. De patronen voor de jaren 70/80 wijk richten zich uiteraard op de verbetering van ruimtelijke problemen die zich voordoen in dit type wijken, zoals leesbaarheid, toegankelijkheid, identiteit, eenzijdig programma en een gebrek aan echte ontmoetingsplekken.

Het Platform voor de Openbare Ruimte spreekt in zijn manifest de terechte zorg uit dat inspraak er toe kan leiden dat de identiteit en leesbaarheid van het openbare gebied op een hoger schaalniveau dan de eigen straat of buurt uit het oog worden verloren en wijken en steden verworden tot een verzameling incidenten. Door in het participatietraject te werken met patronen krijgen gebruikers veel beter inzicht in de ruimtelijke opbouw van de wijk en hoe keuzes op het schaalniveau van een straat het schaalniveau van de wijk kunnen beïnvloeden. Patronen zijn een ruimtelijk communicatiemiddel tussen gebruikers en de ontwerper. Natuurlijk blijft de ontwerper nodig die met behulp van de patronen een goed ontwerp maakt.

Liliane Geerling
Deze column is verschenen in Stedelijk Interieur nummer 2 2010