alcoholgebied_rotterdam

In dit nummer wordt aandacht besteed aan de tijdelijke openbare ruimte. Tijdens de proloog van de Tour de France in Rotterdam ontdekte ik een voor mij heel nieuw soort tijdelijke openbare ruimte: het alcoholgebied. Bij mijn weten is deze typologie in Stedelijk Interieur nog niet eerder besproken.
Op een aantal plekken langs de route van de proloog waren alcoholgebieden ingericht. Je kon er niet omheen want het stond er met koeienletters boven. Op sommige plekken mocht je zelfs onder een heuse triomfboog doorlopen om het gebied te betreden. Op andere plekken waren deze tijdelijke plekken wat minder idyllisch ingericht met bouwhekken en rood-wit lint. Geldt normaal gesproken een alcoholverbod op straat in de stad, tijdens de Tour mocht de pret niet gedrukt worden en moest een glaasje op straat kunnen. Maar welke regels gelden er in deze tijdelijke openbare ruimte? Moet je er verplicht alcohol drinken of mag je er ook nuchter door heen lopen? En wat als je in dit gebied donken geworden bent, moet je hier dan blijven tot je weer nuchter bent? Ik heb geen evaluatie van de alcoholgebieden gelezen en weet dus niet of zij bevallen zijn en deze tijdelijke openbare ruimtes een vaster karakter krijgen.

Bijzonder aan de alcoholgebieden was dat deze tijdelijke openbare ruimtes niet van onderop, door bewoners zelf, werden aangepakt en ingericht, zoals het vaak gaat met tijdelijke invullingen, maar van hogerhand vanuit preventief en hoogst waarschijnlijk ook commercieel oogpunt. Om erger te voorkomen? Of om de gezelligheid te stimuleren? Feit is dat de alcoholgebieden met een snelheid werden ingericht, die je als bewoners graag ziet als het om oningevulde plekken in de stad gaat. Hoe vaak moet je niet eerst eindeloos bij de overheid om aandacht voor dit soort plekken vragen. Laat staan dat er wat budget voor de invulling beschikbaar is, dat vaak beperkt blijft tot egaliseren en inzaaien. Er zijn genoeg geslaagde invullingen van tijdelijke openbare ruimtes, van kleinschalig tot grootschalig. Juist omdat deze plekken met veel liefde tot stand komen, wat ook vaak letterlijk aan de inrichting is af te lezen, hebben zij weinig te leiden onder vandalisme. Bij mij in de straat is zo'n plek, waar bewoners alweer drie jaar geleden een verwaarloosd met prikstruiken ingevuld plantsoen onder handen namen en veranderden in een ontmoetingsplek, met picknicktafels, bloeiende planten en een home made lampenkap om de Friso Kramer heen voor de sfeerverlichting. Er staan gieters en tuingereedschap, kaarsen, etc., maar er is nog nooit iets gestolen. Een glaasje mogen ze hier officieel niet drinken, want het is openbare ruimte, en geen alcoholgebied, hoewel de bewoners zich daar volgens mij niet heel veel van aan trekken.

Liliane Geerling
Deze column is verschenen in Stedelijk Interieur nummer 3 2010