Een creatieve bypass. Zo typeert Hilde Blank, directeur van BVR, adviseurs stedelijke ontwikkeling, landschap en infrastructuur, de strategie die zij samen met Dorien de Wit, van organisatieadviesbureau De Beuk, toepaste om de plannenmakers van de As Leiden Katwijk op één lijn te krijgen. Het leverde een integrale en vooral ook breed gedragen visie op, die nu als basis geldt voor de verdere stedelijke ontwikkeling van het gebied. "Wat was vastgelopen, kon weer worden vlotgetrokken."


Het zijn niet de minste opgaven waar de As Leiden Katwijk en haar 250.000 inwoners zich voor gesteld weten. Het gebied, dat de Zuid- en de Noordvleugel van de Randstad met elkaar verbindt, moet ruimte bieden aan 70 procent van de 33.000 tot 36.000 woningen die de regio nodig heeft, 150 hectare bedrijventerrein en 360.000 m2 kantoren, én twee belangrijke infrastructuurprojecten - de Rijnlandroute en de RijnGouwelijn.

Dit alles moet worden gerealiseerd zonder de natuur- en toeristische waarden van het gebied geweld aan te doen. Dat betekent: de Bollenstreek en het Groene Hart open houden en een ‘robuuste ecologische zone' handhaven die de bezoeker van het Groene Hart naar de duinen tussen Wassenaar en Leiden-Katwijk voert.
Zo helder als de opgave is, zo lastig bleek de vertaling ervan in een concrete aanpak. "De afgelopen tien tot twaalf jaar zijn door allerlei partijen allerlei plannen ontwikkeld, die elkaar allemaal raken, gedeeltelijk overlappen en soms ook botsen", aldus Hilde Blank.
Volgens de provincie Zuid-Holland en de regio Holland-Rijnland, het samenwerkingsverband van de elf gemeenten van de As Leiden Katwijk plus de gemeente Wassenaar was het dan ook absoluut noodzakelijk om in al die plannen meer samenhang te brengen. "Het moest tot een eenheid worden gesmeed. Dat was de opgave van het Ontwerpatelier As Leiden Katwijk."

Creativiteit en inhoud
In de periode mei tot september 2006 gingen in diverse sessies meer dan 250 direct bij de ontwikkeling van het gebied betrokkenen intensief met elkaar het gesprek aan. Met als uitgangspunt de ruimtelijke visie die door het programmabureau As Leiden Katwijk was ontwikkeld.
Blank: "Het doel was om het proces nu eens via de inhoud verder te brengen, en niet aan de onderhandelingstafel of langs bestuurlijke weg. We wilden van het geëffende pad afwijken en de bestaande plannen en ideeën even laten voor wat ze waren. Valt er puur op basis van creativiteit en inhoud een gezamenlijke, integrale kijk op het totaal te ontwikkelen, die vervolgens weer als voeding zou kunnen dienen voor al die individuele projecten? Zie het als een creatieve bypass die ervoor zorgt dat het bloed weer gaat stromen."
Geen eenvoudige opgave. "Het is enerzijds een rommelpotje, omdat je met zoveel verschillende plannen te maken hebt. En anderzijds is het een heksenketel, omdat er zoveel partijen bij betrokken zijn. Voordat je weet ben je in dit soort trajecten alleen nog maar bezig met het organiseren en het binden van partijen. Dat gaat ten koste van de inhoudelijke discussie. Daarom heb ik, toen me werd gevraagd om ateliermeester te worden, bedongen dat er van meet af aan ook een professioneel communicatiebureau bij betrokken zou zijn."

Krachtenveld
Dat werd De Beuk, een organisatieadviesbureau dat is gespecialiseerd in projecten waarbij participatie en communicatie een grote rol spelen. "We hebben dit soort dingen vaker gedaan, alleen heet het elke keer anders", stelt directeur Dorien de Wit. "Soms heet het alleen maar ‘het maatschappelijk debat organiseren'. Soms krijgen we het label ‘procesadviseur' opgeplakt. Maar waar het altijd op neerkomt, is het in kaart brengen van het krachtenveld. Wie moeten er aan tafel zitten om dit tot een succes te maken? Wie spelen er allemaal een rol, welke belangen hebben zij, hoe zijn de beelden over elkaar, welke verschillende talen worden er gesproken?"
Het streven is vervolgens om inhoudelijk commitment te krijgen. De Wit: "Maar dat staat niet voorop. Het uitgangspunt is, dat je al die mensen nodig hebt omdat ze allemaal op een bepaalde manier stakeholder zijn. Wat hun belang is, welke problemen zij hebben en welke oplossingen ze zoeken: het zijn allemaal zaken die je moet weten om uiteindelijk een goed resultaat te kunnen bereiken."
Blank: "Wij hebben die input inderdaad heel erg hard nodig. Het is absoluut noodzakelijk om te weten wat er in zo'n omgeving speelt, leeft en gaande is. Niet alleen om de juiste adviezen te kunnen geven maar ook om die adviezen zodanig te formuleren dat ze daadwerkelijk ergens landen en ook echt iets in beweging zetten. Ik zie de rol van De Beuk dan ook als ‘en en': én het in kaart brengen van dat krachtenveld én het communiceren ermee. De mensen moeten worden uitgedaagd om in het proces te participeren. Het geheel moet dus niet alleen tactisch goed in elkaar zitten, maar de boodschap moet ook nog eens op een aansprekende en inspirerende manier worden gebracht."

Afhoudend
Niet iedereen toonde zich daar even ontvankelijk voor. De Wit: "We weten bijvoorbeeld van andere projecten dat het ontzettend belangrijk is om gemeenteraden vroegtijdig te informeren en erbij te betrekken. Dat blijkt in de praktijk lastig: Raadsleden reageren vaak afhoudend, en zeggen dat ze liever geïnformeerd willen worden door hun eigen wethouder. Terwijl we hun inbreng in de discussie wel heel hard nodig hebben."
Daar kwam bij dat de belangen niet zelden tegengesteld waren, zoals het geval was bij het tracé van de Rijnlandroute. Daar lagen negen varianten voor op tafel. "Het helpt om in zo'n geval als creatieve bypass te kunnen fungeren", aldus Blank. "We konden daardoor als het ware boven de materie uitstijgen."

Een voordeel was dat iedereen doordrongen was van een gevoel van urgentie om het atelier tot een goed einde te brengen. "Dat gevoel van urgentie heb je nodig om überhaupt iets in beweging te kunnen krijgen. Hier zat het stevig in. Omdat iedereen op iedereen zat te wachten en er dus geen project van de grond kwam. Maar ook omdat er rijkssubsidie in het vooruitzicht was gesteld, die aan een strak ultimatum was gebonden. Dat heeft de druk aardig opgevoerd."

Het ontwerpatelier begon in april met een startbijeenkomst, waar ondanks de korte voorbereidingstijd, ruim 100 mensen acte de présence gaven. De Wit: "Vervolgens zijn we als een soort karavaan met een heel programma een week lang door het gebied getrokken, en is geprobeerd om met iedereen in gesprek te komen. Met vertegenwoordigers van de overheden, met bestuurders, met maatschappelijke organisaties, woningcorporaties, zorginstellingen, actiegroepen, met ontwerpers, ontwikkelaars en bouwers, maar ook met bedrijven en bewoners in het gebied". Blank: "Tijdens de zomermaanden hebben we alles wat is besproken omgewerkt tot een integraal verhaal. En dat eindadvies is uiteindelijk in september tijdens een grote slotmanifestatie gepresenteerd."

Groeiproces
Het was een groeiproces, aldus De Wit. "De opgave staat natuurlijk vast. En de meest logische partijen zijn ook bekend. Maar het gaat juist om alles wat zich daaromheen beweegt. Soms zijn er partijen waarvan je het logisch vindt dat ze meedoen terwijl ze dat zelf helemaal niet vinden. En soms melden zich partijen van wie je het bestaan niet wist maar die wel heel enthousiast of creatief blijken te zijn. In feite zorg je er dus vooral voor dat je zo goed mogelijk vindbaar bent. Als mensen ook maar half het idee hadden dat ze er ten onrechte niet bij betrokken waren, moesten zij zich onmiddellijk uitgenodigd voelen om zich bij ons te melden."

Natuurlijk was er ook een speciale website over het project ingericht. Die bleek een groot succes. "De internetsite is ongelooflijk veel bezocht in de periode van het ontwerpatelier. Daar hebben we dus veel gebruik van gemaakt. Alle informatie over alle bijeenkomsten en activiteiten zijn erop gezet, de verslagen, de foto's, de documenten, de ontwerpen. Dat helpt ook om de mensen die er wat van af willen weten of zich afvragen waarom zij niet zijn uitgenodigd zover te krijgen dat ze aanhaken."
Inhoudelijk ontwikkelde het atelier zich evenzeer als een groeiproces. Blank: "In het begin is het nog zo beleidsmatig, zo breed, en zo oriënterend dat ik me wel eens heb afgevraagd hoe het ooit concreet kon worden gemaakt. Daarom is het plangebied ook in vier deelgebieden opgeknipt, waar we vervolgens gebiedsateliers aan hebben gekoppeld. Daar zijn we het gaan bijstellen, van heel algemeen en beleidsmatig naar heel concreet en specifiek."

Ordenende principes
De kracht van het eindadvies zit hem volgens haar in het feit dat niet alleen de potentie van het gebied, de positionering in de regio en de kwaliteiten maar ook de hoofdrolspelers en de diversiteit van het landschap als uitgangspunt zijn genomen. "We zijn erin geslaagd om alles met elkaar in verband te brengen, op grond van een beperkt aantal ordenende principes. Ten eerste is er het dichtbevolkte gebied waarin iedereen zich heel erg opgesloten voelt. Terwijl er in de directe omgeving juist een fantastisch landschap aanwezig is: de kust, het duinlandschap, de open polder, het Groene Hart. Met relatief simpele ingrepen kan die groen-blauwe drager veel meer tot zijn recht komen. Sterker nog: in onze opvatting zijn de groene en blauwe functies de basiskwaliteiten van dit gebied."

Een tweede ordenend principe is de verkeersstructuur. "Voorkomen moet worden dat mensen oneigenlijk gebruik maken van wegen. De mensen die willen doorrijden, moeten verleid worden de doorgaande routes nemen en de mensen die ergens moeten zijn, moeten de lokale wegen nemen. Dat betekent: doorgaande routes om het stedelijke gebied heen, met ‘inprikkers' voor het bestemmingsverkeer. Doordat je het bestaand stedelijke gebied autoluwer maakt ontstaan nieuwe ruimtelijke kwaliteiten, die in combinatie met die groen-blauwe dragers hele nieuwe inzichten kunnen opleveren. Zo kwam de Oude Rijn als een soort ruimtelijke drager van kwaliteit opeens vrij te liggen. Die hoofdprincipes, waarmee we ook de RijnGouwelijn op een natuurlijke manier door het gebied kunnen trekken, worden eigenlijk heel vanzelfsprekend, net als die meer geconcentreerde punten van recreatie, wonen of werken. Bestaande programma's krijgen een natuurlijke plek in het geheel."

Kapstok
Op dat punt had het Ontwerpatelier kunnen stoppen, erkent Blank. "We hadden een nieuwe structuur onder het gebied gelegd, een nieuwe kapstok ontworpen waaraan al die projecten konden worden gehangen. Iedereen was het er ook mee eens. Het verhaal werd breed omarmd. Er werd geroepen dat het heerlijk was dat het groen-blauw centraal werd gesteld, dat er lucht kwam voor nieuwe initiatieven, dat er ook echt naar de kwaliteit van het gebied is gekeken en dat de infrastructuur op een manier wordt aangepakt die er ook werkelijk toe gaat doen. Maar de vraag was vervolgens om ook op de specifieke opgaven in te zoomen. En dus hebben we uitgewerkt wat dit allemaal zou betekenen voor de tracékeuze van de Rijnlandroute, voor de knoop Leiden-West en voor Valkenburg. Wat betekent het voor Noordwijk, en het Bollengebied?nou....Hilde, dit ‘nou' is van Dorien: geef je ook een antwoord op deze vragen?. Zo kregen de eerder onderscheiden ordenende principes als vanzelf steeds meer betekenis."

De Wit wijst op haar beurt vooral op de procesmatige resultaten die zijn geboekt. "De mensen hebben namelijk concreet ervaren dat zij met elkaar kunnen praten en zo tot iets wezenlijks kunnen komen. We hebben in het atelier meegemaakt dat twee projectgroepen of twee gemeentes nog nooit met elkaar hadden gesproken en echt met de rug naar elkaar werkten, totdat ze elkaar in dit kader ontmoetten. Gaandeweg groeide het besef dat door te blijven praten over de inhoud en naar elkaar te blijven luisteren de verbindingen zichtbaar worden en nieuwe oplossingen in beeld komen. De mensen hebben elkaar leren begrijpen. Zij hebben nu de ervaring opgedaan dat ze ergens kunnen komen als op basis van de inhoud over zaken wordt nagedacht en gesproken."
In het eindadvies slaakt de ateliermeester nog een hartenkreet: ‘Ik hoop niet dat na het lezen van dit eindresultaat de reactie is ‘leuk inspirerend verhaal' en u vervolgens overgaat tot de orde van de dag.'
Dat is niet voor niets, erkent Blank. "Want dat gevaar dreigt altijd. Ik heb ook zeker niet de illusie dat het nu allemaal koek en ei gaat worden. Maar ik heb wel de indruk dat we een doorbraak hebben kunnen bereiken in een proces dat al twintig jaar aan de gang was en steeds meer vastliep. De prioriteiten staan weer op een goede manier op de agenda, partijen praten weer met elkaar, en er is wederzijds begrip ontstaan. Daardoor is er een nieuwe fase aangebroken. Ik heb het gevoel dat het eindadvies zelfs op bestuurlijk niveau nu echt een vervolg krijgt. Het is niet voor niets dat Jos Wienen, de burgemeester van Katwijk, me bij het afscheid op het hart drukte dat hij het echt ging waarmaken. Op dat moment wist ik het zeker: het is gelukt. De trein is weer in beweging."

Interview: Eric Harms, Harms Communicatie