Vooruitblikken naar 2010 doe ik door toch eerst weer even terug te blikken. Het schrijven van deze column gebeurde midden in het Jane Jacobs festival dat het laatste weekend van oktober als onderdeel van het Internationaal Architectuur Filmfestival Rotterdam plaatsvond dus ik ontkom niet aan het meegeven van wat Jacobsiaanse inspiratie. Ons bureau verzorgde tijdens dat festival een wandeling door het Oude Noorden uiteraard met bijbehorende ‘Jane' bril en ‘Jane' protestborden. Zo wandelden we met onze groep over straat en passanten vroegen ons verbaasd waar we tegen waren? We legden uit dat we nergens tegen waren, maar net als Jane 50 jaar geleden ergens voor, namelijk voor een goede stoep. De stoep is misschien wel het meest ondergewaardeerde onderdeel van de openbare ruimte, maar tegelijkertijd het meest essentiële onderdeel voor het creëren van vitale steden. Een goede stoep bevordert de economische, sociale en ruimtelijke samenhang. Volgens Van Dale is een stoep: "geplaveide verhoging langs de voorgevel van de huizen van een straat". Over de breedte laat het woordenboek zich niet uit. De CROW wel, namelijk: "Maatvoering groter of gelijk aan 2 meter afhankelijk van beschikbare wegbreedte, intensiteit voetgangersverkeer en gewenste kwaliteit." Maar wil de stoep werkelijk een bijdrage kunnen leveren aan de nieuwe stedelijkheid dan moet die echt breder.

De stoep als drager van nieuwe stedelijkheid

In onderzoek dat we recentelijk verrichtten naar de basisvoorwaarden voor de gezinsvriendelijke woonstad speelt de stoep -naast wonen en voorzieningen- een centrale rol. Als basisvoorwaarde is gesteld dat iedere straat minimaal aan één zijde van de straat (de zonzijde) een stoep van minimaal drie meter breed moet hebben. Om te kunnen spelen dicht bij huis, om ruimte te bieden aan een overgangsstrook of drempelruimte tussen woning en straat, die met eenvoudige ingrepen als een bankje, een zitmuur, een afdakje of een geveltuin kan worden ingevuld, voor de realisatie van een kindvriendelijk netwerk in de wijk, waardoor kinderen op jonge leeftijd zelfstandig de stad kunnen ontdekken en gebruiken. Een wisselende invulling van de stoep geeft afwisseling in de straat en versterkt het onderscheid tussen de woningen. Hierdoor kunnen kinderen hun huis beter herkennen. Niet alleen kinderen, maar alle stadbewoners zullen de stoep gaan gebruiken. Dit draagt bij aan de levendigheid op straat, de veiligheid en de sociale contacten. Dus liever een asymmetrisch profiel en minsten één brede stoep per straat, of een meter minder achtertuin ten faveure van een ruime stoep. Ik wens u allen uw eigen ‘ballet of the street" in 2010!

Liliane Geerling

Deze column is verschenen in Stedelijk Interieur nummer 6 2009