‘Publieke ruimte', het lang verwachte advies van de VROM-raad, is in het vorige nummer van Stedelijk Interieur uitgebreid besproken. De centrale boodschap van de VROM-raad is: "Overheden neem de openbare ruimte serieus".

Een onderwerp dat -zeer onterecht- niet aan bod komt is het klimaatbestendig maken van de openbare ruimte, juist iets dat overheden heel serieus moeten gaan nemen. Daarom is het onbegrijpelijk dat dit onderwerp niet in het advies wordt besproken. Ook op het congres dat voor het openbaar maken van het advies werd georganiseerd is het onderwerp niet ter sprake gekomen. Zijn we klimaatmoe? Of denken we dat we er al zijn met het vervangen van de huidige openbare verlichting door LED's, het toepassen van geacetyleerd inlands hout voor zitbanken en het ontwikkelen van duurzame straattegels?

Klimaatverandering is een realiteit waar we mee te maken hebben. Dat betekent onder andere temperatuurstijging (in de steden nog eens versterkt door het heat island effect), extremer weer met piekbuien en droge periodes en bedreiging van de biodiversiteit. De openbare ruimte moet ruimte bieden voor de opvang van piekbuien, de opname van CO2 en koeling. Dat hoeft niet ten koste te gaan van de kwaliteit van de openbare ruimte. Integendeel, het kan leiden tot nieuwe typologieën, zoals bijvoorbeeld het in Rotterdam ontwikkelde waterplein. Dit is een speelplein, dat tegelijkertijd dient voor de tijdelijke wateropvang van piekbuien. De waterpleinen ontstonden in een samenwerking tussen onder andere waterhuishoudkundige adviseurs, stedenbouwkundigen, landschapsarchitecten en beheerders. Een klimaatneutrale openbare ruimte leidt ook tot een ‘zachtere' gebouwde omgeving met voldoende ruimte voor groen en water en wie wil dat nu niet? Dat lijkt haaks te staan op de compacte stad, maar dat hoeft niet. Het vraagt wel om creatieve oplossingen met bijvoorbeeld verticaal groen en groen op daken, en het nog beter benutten van de vele voordelen die bomen bieden (mits de juiste soort in de juiste hoeveelheid op de juiste plek).

De voorbeelden laten zien dat het, voor het realiseren van een klimaatbestendige openbare ruimte, belangrijk is over onze eigen grenzen heen te kijken en met verschillende disciplines samen te ontwerpen. De behoefte aan een overkoepelende ruimtelijke strategie is groot. De verkokering van ontwerp, aanleg en beheer van de openbare ruimte lijkt zo'n strategie in de weg te staan. Op onderdelen als de eerder genoemde openbare verlichting en materialen maakt een aantal gemeenten al een 'verduurzamingsslag', maar een integrale aanpak op verschillende schaalniveaus ontbreekt nog vaak. Om de klimaatopgaven om te zetten in kansen voor een aantrekkelijke openbare ruimte, is de ontwikkeling en bundeling van kennis nodig. Veel steden zijn wereldwijd al bezig tools te ontwikkelen om zich aan de klimaatverandering aan te passen dan wel deze tegen te gaan. Laten we in Nederland onze kennis bundelen op het gebied van onderzoek (begrip en vertaling van klimaatmodellen, slim gebruikmaken van GIS), proces, betrokkenheid en ontwerp.

Liliane Geerling

Deze column is verschenen in Stedelijk Interieur nummer 6 2009