Trouw organiseert de verkiezing van het mooiste gebouw van Nederland.
Om de aandacht te vestigen op het belang van goede architectuur organiseert Trouw de verkiezing van het mooiste gebouw van Nederland. Twintig bekende Nederlanders geven vast hun favorieten.
Aflevering 5 was het de beurt aan landschapsarchitect en stedenbouwkundige, Riek Bakker (Trouw, 12 april 2007).

Riek Bakker haalt de Nederlandse architectuurgids tevoorschijn. Er steken allemaal gele memobriefjes uit. Het hele weekeinde heeft ze zich verdiept in de vraag welke gebouwen het mooist van Nederland zijn. Niet alleen, maar met haar vriendin en de dertienjarige tweeling Job en Eva, voor wie ze sinds hun geboorte elk weekeinde zorgen omdat hun moeder ziek is. „Ik vond het leuk om de tweeling er bij te betrekken, omdat architectuur iedereen aangaat. Op die leeftijd werkt dat het beste met een spelletje, waarbij ze moeten kiezen. Want dan moeten ze gericht kijken, nadenken over hun keuze en die ook kunnen beargumenteren.”
Woonblokken in de Spaarndammerbuurt in Amsterdam, 1913-1920, architect Michel de Klerk | FOTO HH

Als ze met de tweeling naar een museum gaat, werkt die formule ook. „Als ze moeten kiezen welk schilderij ze mooi vinden, houd je ze al gauw een half uur langer binnen. En tijdens lange autoreizen, waar ze een bloedhekel aan hebben, moeten ze bijvoorbeeld huizen aanwijzen waarin ze wel willen wonen en uitleggen waarom.” Maar het is ook gewoon leuk om met pubers te praten over dingen die hen in eerste instantie niet echt lijken te interesseren, zegt Bakker. „Het levert in ieder geval veel discussies op en het scherpt de geest.” Om die reden deed ze dit soort spelletjes ook met haar hoogbejaarde moeder, die vijf jaar geleden op 96-jarige leeftijd overleed. „Tot op het laatst toe bleef ze nieuwsgierig naar bijzondere huizen.”

Wat ook meespeelde bij haar besluit om de tweeling in te schakelen, was dat ze het goed vindt om in deze verkiezing, waarvoor toch vooral volwassenen worden geïnterviewd, ook de stem van kinderen door te laten klinken. „Maar ik heb natuurlijk wel wat moeten sturen, want als het aan die twee had gelegen, hadden ze Rotterdam lekker willen promoten, omdat ik daar woon en ze de stad goed kennen.” Doordeweeks wonen Job en Eva onder de rook van Rotterdam, in de Krimpenerwaard.
Riek Bakker

Om het kiezen te vergemakkelijken, had Bakker een indeling gemaakt in drie categorieën met als rode draad gebouwen die voor het grote publiek te begrijpen zijn. Er moest een woongebouw bij zitten, een kantoor en een gebouw dat iets te maken heeft met infrastructuur, omdat architectuur staat of valt met een goede ontsluiting en bereikbaarheid. Het woongebouw leverde nog de minste discussie op. Dat moest iets worden van de Amsterdamse School, omdat ze die stijl alle drie prachtig vinden: de detaillering en de manier waarop het materiaal is gebruikt. Job en Eva waren ook al eens in Amsterdam geweest om de huizen te bekijken die architect De Klerk bouwde in het Spaarndammerplantsoen, de Zaanstraat en Oostzaanstraat.

Over het mooiste kantoor waren de meningen verdeeld, maar na een vurig pleidooi van Riek Bakker is dat toch het Groothandelsgebouw in Rotterdam geworden van Huig Maaskant. „Ik vind dat een weergaloos mooi gebouw. Het is van net na de oorlog en het is ongelooflijk dat er in die tijd zoiets werd gebouwd, dat werkelijk helemaal klopt. Het is een gigantisch groot gebouw, 120.000 m2, maar als je ervoor staat komt het niet megalomaan over. Het voelt niet groot. Het is een adembenemend maar ook heel elegant gebouw, met als sterke punt dat het alle voorzieningen in huis heeft. Je kunt parkeren en ook laden en lossen in het gebouw.” Maar kun je er ook prettig werken, wat toch wel een must is voor een kantoorgebouw? In opdracht van Bakker belde de tweeling met een vriendin die daar jaren heeft gewerkt. Het werkklimaat is er prima, vertelde de vriendin, waarbij de ruimtes ook nog eens flexibel zijn in te delen. Maar wat uiteindelijk voor de tweeling de doorslag gaf, was dat er bovenin het gebouw een bioscoop zit, waar na afloop van de film de gordijnen opengaan en het publiek getrakteerd wordt op een prachtig uitzicht over Rotterdam.

Ventilatiegebouwen Maastunnel, Parkhaven, Charloisse Hoofd, Rotterdam (1937-1941), architect A. van der Steur | FOTO WERRY CRONE/TROUW

Het Groothandelsgebouw is ook op natuurlijke wijze in de stad gebouwd, het botst niet. Dat geldt ook voor de Maastunnel in Rotterdam, vindt Bakker. De tunnel manifesteert zich bovengronds in de vorm van filtergebouwen op beide oevers, bestemd voor het zuiveren van de lucht in de tunnel. Bovendien functioneert één van deze opvallende witte gebouwen met koperen groen uitgeslagen daken als toegang voor fietsers en voetgangers tot de tunnel. Ook als je op de rivier vaart is het altijd genieten van deze gebouwen, vertelt Bakker. „Ze zijn een wonder van schoonheid en functionaliteit.”

De vraag wat het lelijkste gebouw is van Nederland, was nog lastiger, vonden Bakker, Job en Eva. „Er zijn zoveel non-gebouwen waarvan het er niet toe doet of ze er wel of niet zijn. Maar ook hier hadden we als criterium dat het bij het grote publiek bekend moet zijn en daarom kozen we winkelcentrum Hoog Catharijne in Utrecht. Dat is zo’n bombastisch blok beton. Het is ook erg moeilijk om daar iets aan te veranderen. Maar elk slecht gebouw heeft ook een keerzijde. Indirect heeft Hoog Catharijne ertoe geleid dat de grachten in Utrecht zijn opgeknapt. Door het succes van het winkelcentrum voelden de ondernemers aan de singels zich genoodzaakt hun buurt te verbeteren om tegenwicht te bieden. Dat zou misschien niet zijn gebeurd zonder die betonkolos.”

Toen ze eenmaal bezig waren, hadden ze zo de smaak te pakken dat ze ook een topdrie van lelijkste gebouwen hebben samengesteld. Op nummer twee prijkt de later toegevoegde kantoortoren van De Nederlandsche Bank op het Frederiksplein in Amsterdam. Bakker: „Architect Duintjer heeft daar zo’n prachtig gebouw neergezet. De uitbreiding van architect Abma in 1968 is er als een lelijke klont bij gezet. Die kolos smaakt naar power, maar het slaat nergens op, dat machtsvertoon. De Nederlandsche Bank moet een bepaalde statuur uitstralen, wat wel heel goed tot uiting komt in het ontwerp van Duintjer. Die kolos is ook zo vreselijk voor de omgeving.”

Ook een aanfluiting zijn de paalwoningen van Piet Blom, die over de Blaak in Rotterdam heen zijn gebouwd. „Ik snap wel dat Rotterdam toen moest opvallen, maar ik vind dit zo’n misplaatste grap. Een zwarte bladzijde in de architectuurgeschiedenis van Rotterdam. De tweeling vond het prachtig toen ik vertelde dat in één van die huizen een mevrouw wilde wonen met een vleugel. Die is er toen eerst in getakeld met een hijskraan, en daarna is het dak erop gezet en het huis verder afgebouwd. Maar het is toch te bizar voor woorden dat als die mevrouw wil verhuizen met haar vleugel eerst haar huis moet worden gesloopt. Ook dat geprut met woningen boven zo’n drukke weg vind ik afschuwelijk. Ik was erbij toen Piet Blom zijn ontwerp presenteerde op het stadhuis. Hij had een vrouw bij zich in een sneeuwwitte jurk, het leek wel een bruidsjurk, die hij voorstelde als zijn vriendin. En ze heet Sneeuwwitje, vertelde hij er nog bij. Iedereen lachen natuurlijk, en vervolgens werd er niet één kritische vraag meer gesteld over die paalwoningen. Ik zeg altijd maar: één keer zo’n grap is genoeg, maar daarna nooit meer.”